[English translation coming up soon!!!] Klik hier voor een printbare versie

 

Fanclub, Woensdag 7 Maart 2001: Gert Jonkers (Butt Magazine), Mo Veld en Jessica Gysel (Fanclub) in discussie met Raf Simons.
Over muziek, mode, kunst, fans en het weer.

 

Gert: Met wie had je ook al weer een meningsverschil over de Smashing Pumpkins, was het niet met iemand van de i-D?

 

Raf: Ja, met Avril Mair (editor), niet over de Smashing Pumpkins, maar over Placebo. Zij vindt dat helemaal niets. Ik vind dat wel goed. Ik ben heel erg Placebo fan. Ben zwaar aangegrepen toen ik ze voor de eerste keer live zag. Ik ga nu ook met ze afspreken in Wenen. In Wenen is echt heel veel te doen, ze treden daar op in April. Ik probeer naar Wenen te gaan juist wanneer ze spelen. Een maand geleden was ik daar en was Marilyn Manson er toevallig ook en ik heb de manager ontmoet, we zaten in hetzelfde hotel, echt toevallig en fantastisch maar het concert bleek totaal uitverkocht te zijn. Ik kwam heel ontgoocheld in het hotel aan en dacht erover om mijn persagent te bellen. Stapte in de lift en ik zag plotseling mensen met Manson crew t-shirts en toen hebben ze me uitgenodigd. Toen ik in mijn kamer kwam kreeg ik gelijk telefoon van de manager met de mededeling dat Marylin Manson zwaar fan van me is, en mijn kleren draagt. Ik lag zowat plat naast mijn bed. Die getrashte t-shirts en zo, het klopt helemaal. Ik ben dan kunnen gaan met 5 studenten en het was echt supertof.

 

Gert: Marilyn niet ontmoet?

 

Raf: Hij wou dat wel maar wij zijn vlak na het concert uitgegaan, ik was pas om 5 uur in het hotel. Er zat een kaartje onder de deur van de manager met de mededeling om contact op te nemen met hun in Los Angeles om misschien samen eens iets te doen. Is echt plezant. Is ook een beetje mijn droom ook wel om dat soort dingen te doen. Ik denk erover na om me te laten representeren door een agentschap voor andere projecten dan alleen maar mijn eigen ding. Om bijvoorbeeld styling of concept voor een video te doen of speciaal kleren te maken voor een of andere groep. Soms krijg ik wel aanvragen, Beck bijvoorbeeld heeft me al vaker gevraagd en iedereen zegt dat ik het moet doen, maar het is gewoon niet mijn smaak. Die Beck zit altijd te vragen om door mij gekleed te worden.

 

Jessica: Wel jammer, ik vind Beck echt supertof.

 

Raf: Iedereen vindt hem keigoed, maar ik ben er zelf niet zo wild van, ik vind dat dit echt moet kloppen. Ik doe zoiets echt niet omdat ik denk dat het een grote groep is of zo. Ik vind dit niet belangrijk. Het moet me echt op persoonlijk vlak serieus raken.

 

Gert: Ligt het aan zijn verschijing?

 

Raf: Nee, echt zijn muziek. Qua muziek is dit totaal niet mijn trip.

 

Mo: Wat is jouw trip dan wel?

 

Raf: Heel veel trips. Marilyn Manson. Ik vind dit qua muziek heel erg goed.

 

Gert: yeuah! (maakt een echt vies verwijfd geluid).

 

Raf: Is wel niet zo helemaal mijn favourite. Mijn favourites ­dat weet iedereen intussen ook wel, zijn Manic Street Preachers, Kraftwerk, de Smashing Pumpkins, die zijn helaas gestopt, ik ben heel verdrietig maar ik begrijp het ook wel heel goed. Ik zal het wel moeten begrijpen zeker vanuit mijn eigen situatie.

 

Gert: Hebben ze je een goeie reden gegeven?

 

Raf: Ja, die kwamen niet goed meer overeen, ik heb eigenlijk ook altijd alleen maar contact gehad met James. Billy heb ik nooit ontmoet en nooit gesproken. Was ook wel veel te intens. Ze zijn maar 1 week per jaar vrij. Voor de rest zijn ze altijd samen, bijna dag en nacht in de studio, ofwel voor videoclips, ofwel op tournee, ’t is echt teveel geworden. Plus ik denk ook wel serieuze meningsverschillen op muzikaal niveau. Iedereen wil zijn eigen weg gaan. D’Arcy was zowiezo al uit de groep weggegaan.

 

Gert: Ik heb die Billy wel eens ontmoet. Volgens mij is hij ook een enorme pain in the ass. Niet onaardig maar wel zo iemand die heel erg ziekerig is bijna. Zo komt hij over maar zo is hij volgens mij in het echt ook. Nooit een situatie van comfort creëren.

 

Jessica: Wat vind je van muziek nu interessant? Want dat verleden dat kennen we onderhand ook wel, Kraftwerk, dit soort dingen.

 

Raf: Placebo vind ik erg goed. Behalve dat ik de muziek heel erg goed vind, zijn ze er volgens mij in geslaagd om een wereld te creeren en zich indirect met fans te omringen die er echt heel fel in geloven. Dat vond ik heel fel de eerste keer dat ik een concert zag dat vol was met types met zwartgenagelde vingers en zo. Ik vind dat heel mooi om te zien. Je hebt dit vaak ook met andere groepen die dan muziekaal net niet mijn slag zijn zoals Limp Bizkit. Is echt zo’n felle scene. Of die andere groep die echt zo heel big geworden zijn. Op podium met allemaal maskers aan, met dreadlocks, lijkt heel erg op Texas Chainsaw Massacre, die echt zo big big big geworden zijn, ze zijn echt zo met 20 op een podium…. Slipknot.

 

Gert: Visueel vind ik het ook erg naar. Ik heb ooit een keer een NME weggegooid omdat ze op de cover stonden. Wilde ik niet in mijn huis hebben liggen.

 

Raf: Ja, maar qua presence vind ik dit toch erg sterk.

 

Gert: Lijkt op die rap-act van 2 jaar geleden. Ook zo viezig, ze gooiden met zoete ranja in publiek, iedereen plakte, echt verschrikkelijk.

 

Raf: Of Nine Inch Nails, vond ik ook heel strak. Als je die in hun origine bekijkt en ziet wat er daarna allemaal ontstaan is, is toch wel apart. En ik moet toegeven dat iemand als Marylin Manson toch een deel van zijn mosterd daar vandaan heeft gehaald, maar okee, ze hebben ook wel samengewerkt.

 

Gert: Het rare van Marilyn Manson vind ik dat het bijna alleen maar gedijt in een Amerikaanse cultuur. In Nederland doet het in elk geval niets. Het hoeft ook niet een succes te zijn om het goed te vinden.

 

Mo: De Experimental Jetset zijn geloof ik de enige fans hier.

 

Gert: Ja, muzikaal is het in elk geval bijna een parodie. Het imago kan je leuk vinden of niet, maar ik heb nog nooit iemand gehoord die de plaat draait. Maar bij jou gaat gewoon de CD aan thuis?

 

Raf: Ja, veel, echt veel. Noem nog eens een paar andere groepen, er zijn er zoveel die ik tof vind. Nu lijkt het alleen of ik maar Manson fan ben.

 

Mo: De nieuwe Parijse avant-garde, Phoenix enzo?

 

Raf: Ik heb het daar moeilijk mee.

 

Gert: Altijd met dansmuziek?

 

Raf: Nee, totaal niet. Ik ben bijvoorbeeld superfan van Green Velvet. Is echt mijn super number one hero op gebied van dance. Green Velvet. Is big. Techno uit Chicago. Hun image is echt the worst, zo’n kaalgeschoren kop met nopjes erop. Ze hadden zo’n hit met I don’t need this shit. Ik vind zelfs veel dance goed. Heb net een Duits labeltje ontdekt, maar ik ben even de naam kwijt. Heel klein, zat ook bij 10 days off. Dat hete vroeger 10 days of Techno, elke zomer in Gent. Vanuit Berlijn komt heel interessante droge, harde techno.

 

Gert: Alec Empire-achtig? Atari Teenage Riot?

 

Raf: Ik ken dat niet zo goed, heb een paar keer iets van hen gehoord.

 

Gert: Wel goed, zo’n soort van samengebalde terreur-agressie.

 

Raf: Ja maar dingen uit Duitsland, ook al ken ik het niet, ik voel wel dat het veel meer aanleunt bij wat ik zelf tof vind. Instrumentaal en veel straffer dan de Parijse scene.

 

Gert: Die scene is jou te gezellig.

 

Raf: Te softy, te fluffy. Hoewel ik de eerste CD van Daft Punk wel heel straf vond. Dat moet ik wel toegeven. De hele CD staat echt als een mijlpaal in de geschiedenis. Maar hun twee nieuwe nummers vind ik weer heel crap. One more time vind ik te commercieel en nu hebben ze weer een nieuwe en dat vind ik nog minder zelfs. Mirwais vind ik echt niets. Alleen het eerste nummer. Is ook allemaal heel fashion gelinkt, die Parijse scene. Duitsland heeft toch veel meer die techno roots. Kraftwerk en zo. Die mensen zijn daar allemaal door beïnvloed.

 

Mo: Maar pop muziek gaat niet zonder act.

 

Gert: je zegt dat popmuziek niet zonder act gaat maar het rare is, vind ik, dat de dance scene daar het tegendeel van is. Zoiets als de Chemical Brothers heeft gewoon geen act. Ik heb heel lang over popmuziek geschreven en ik vond het heel erg moeilijk om dit soort bands te interviewen. Ik houd namelijk ook heel erg van imago. Suede of zo.

 

Raf: Ik ga hier niet mee akkoord. Komaan, de videos zijn toch echt geweldig.

 

Mo: Juist, het is niet alleen wat ze aan hebben op het podium.

 

Raf: De videos van de Chemical Brothers zijn toch echt wel heel straf.

 

Gert: Ja de videos, oke. Ik heb misschien te vroeg gesproken. Heb de clips niet direct gezien. Ik mis toch de romantiek van het imago. Is bij Daft Punk wel leuk, ze hebben wel een imago, ik vind het heel vermakelijk dat ze niet met hun kop op de foto willen. Ik ken al die doodnormale jongens, gefotografeerd op straat met hun Carhartt kleren, dat heb ik nu wel gezien.

 

Raf: Aphex Twin vind ik ook heel goed. Is dan weer gerelateerd met Chris Cunningham, met al die videos. Heeft wel een heel straf imago. Ben benieuwd naar nieuwe CD van Daft Punk, die moet nu bijna wel in de winkel liggen.

 

Gert: Hoe is je eigen muzikale verleden? Je bent zo gerelateerd met muziek dat je wel zelf een band moet hebben gehad.

 

Raf: Nee, nee. Ik ben heel a-muziekaal.

 

Gert: Ja, maar zelfs a-muzikale mensen mochten in een punkband zitten.


Raf: Nee, dat is het ‘m juist, ‘t was ver weg van mijn wereld. Ik zag dat allemaal wel gebeuren. Maar ik zat op een Katholieke jongensschool met priesters enzo. Ik ontsnapte er wel aan door naar concerten te gaan maar in die school heb je natuurlijk je vrienden en dat was helemaal niet zo’n heavy scene
, totaal niet. Dat kwam pas daarna toen ik 18 was en naar de academie ging.

 

Mo: Daarvoor was je heel braaf?

 

Raf: Eigenlijk wel ja, mooi naar de les gaan en je huiswerk goed maken, zeker!

 

Gert: Waarom ben je nooit aangetrokken om muziek te maken? Is het je te extrovert? Te direct?

 

Raf: Nee, ik weet dat ik het niet kan. Ik kan niet zingen. Ik kan ook geen instrument bespelen. We hadden op school wel muziek les en dat moest je op zo’n stomme blokfluit spelen.

 

Mo: Ja, met die blokfluit kon ik ook geen kant uit.

 

Raf: Ik vind het ook mooi om bezig te zijn met dingen zo, ik laat het bewust los. Ik kan er enorm door geïnspireerd zijn en het geeft me heel veel energie, maar er zijn andere mensen die dat doen. Dat heeft iedereen he, dingen die je zelf vindt om te doen, daar richt je je veel meer op. Ik wist al heel vroeg, muziek is niet voor mijzelf. Al ga ik wel heel veel naar concerten, er is zoveel te doen, openlucht concerten, niet allemaal maar…

 

Gert: Das Pop?

 

Raf: mwah, ik ben niet zo van de Belgische scene.

 

Jessica: Soulwax ook niet?

 

Raf: Oeioei. Ik heb een keer een video gemaakt met Soulwax. Die hebben mij lang geleden gecontacteerd, toen hebben we een keer een video gemaakt en ik moet eerlijk toegeven dat ik vooral geinteresseerd was omdat ik wist dat die gemaakt werd door dezelfde persoon als die van de Einsturtzende Neubauten, die rustgevende videos. Maar die video die we uiteindelijk gemaakt hebben zag er niet uit, dat was verschrikkelijk.

 

Jessica: Maar ik ben Dave nog een keer tegen gekomen, die liep toen wel helemaal in Raf kleertjes.

 

Raf: Ja dat weet ik maar dat heeft daar niks mee te maken. Dat moet je van elkaar loskoppelen. Qua muziek is het gewoon niet mijn ding. Ik vind dEUS wel sterke songs hebben, maar dat is zodanig verbrokkeld nu en ze doen zo weinig. Tommy is aan het DJ-en en zo. Spijtig, ze zouden zich meer moeten concentreren op goede cds. Blijkbaar is het moeilijk voor hun om toch door te breken op heel hoog niveau, wat ik niet zo goed begrijp want ik vind dat zij toch dingen in handen hebben om het serieus te maken.

 

Mo: Maar die eerste cd was toch heel succesvol?

 

Raf: Totaal niet mijn trip.

 

Jessica: Ik vind die laatste nummers die ik gehoord heb heel erg goed, super disco.

 

Gert: Maar Raf en disco?

 

Raf: Nee, daarom kom ik in Antwerpen echt niet aan mijn trekken, elk feest waar ik kom is een seventies revival. Het blijft daar in hangen. En om te dansen moet het echt techno zijn. Ik kan echt niet naar zo’n feest waar ze een uur 70’s en dan een uur 80’s en dan nog eens een uur commerciële techno draaien.

 

Gert: maar wat dEUS betreft, net als die naïviteit met mode, ik weet niet of het daarmee samenhangt maar ze missen een soort concentratie of lompheid om er gewoon voor te gaan. Alsof ze te snel verveeld zijn met steeds hetzelfde doen en dat is vaak wel de kracht van succes, dat je een stijltje kiest en dat je dat trucje duizend keer opvoert. Dat maakt Anton Corbijn tot wie Anton Corbijn is en Vanessa Beecroft wie Vanessa Beecroft is, omdat ze zich gewoon beperken tot hun metier.

 

Raf: ik weet het niet.. wacht maar, Beecroft is nog niet klaar met dat verhaal. Ik weet ook niet waar het mee te maken heeft maar wat ik bijvoorbeeld heel erg mis is, dat is misschien vanuit mijn oogpunt als ontwerper, is dat geen enkel van die Belgische groepen een sterk imago heeft. Visueel, er is totaal niks te zien. Het is tegenwoordig in dit systeem, in dit circuit toch gebruikelijk dat er een heel pakket aangeboden wordt.

 

Gert: Das Pop, muzikaal is het echt nul maar het is heel fascinerend om naar te kijken.

 

Raf: Zij zijn daar veel mee bezig. Toevallig, Bert Houbrechts, de man van mijn assistente, die is met hun gaan shooten, daar wordt dan een serieus budget voor uitgetrokken, om te werken aan imago, en ik denk dat daar een deel van hun succes ligt. Als Tommy dat had gedaan een jaar geleden dan hadden ze nu veel verder gestaan. Maar zij vinden dat nog altijd niet belangrijk. Uiteindelijk gebeurt er niks. Ik heb wel een iets met ze gedaan, een overhemd voor een tour, in plaats van een gewoon t-shirt met dEUS erop, en dat heeft het kei goed gedaan, die waren in 2 weken weg. Maar daar stopt het dan weer mee.

 

Gert & Jessica & Mo: Ja, wij hebben er allemaal eentje.

 

Raf: Wat je in Engeland heel fel ziet gebeuren en in Amerika ongetwijfeld, is dat iemand van een groep die iets sterks heeft, zich linkt met een fotograaf of een video maker, of aan een stylist en die daardoor een pakket aanbiedt wat heel sterk is. Ik zeg niet dat dat moet he, maar dat is wel de manier om het te laten werken, vooral als het van zichzelf niet helemaal lukt. Het is ook wat me interesseert, ik zou dat echt graag doen.

 

Jessica: Is dat waarom je je wil laten inschrijven bij zo’n Amerikaans agentschap wat dat soort connecties maakt?

 

Raf: Ja, omdat er nu zo aanvragen beginnen te komen de hele tijd en ik ben niet zo iemand die dat op zichzelf kan of wil organiseren. Als je eenmaal op een bepaald niveau staat moet je daar iemand voor hebben die dat allemaal kan bespreken, budgetten, vluchten enzo. Want daar breekt het ook meestal op af, je komt elkaar eens tegen en je zegt, ‘we moeten eens gaan samenwerken’ en daarna verwatert het weer. Met zo’n agent zeg je, ok, dat moet dan maar eens gaan gebeuren en die zorgt er ook voor dat er iets gebeurt. Dat zit er nu wel in, dat soort dingen gaan zich nu wel manifesteren denk ik.

 

Mo: Je wilde toch ook boeken gaan maken enzo?

 

Raf: Ja, fantastisch, dat zou ik heel graag doen.

 

Gert: Fascinerend eigenlijk dat je dat zegt want Belgische mode ontwerpers zijn over het algemeen wel huiverig voor persoonlijke glamour. Er zijn geen foto’s van jou, geen foto’s van Martin Margiela, ik heb geen idee hoe Ann Demeulemeester eruit ziet...

 

Mo: Weet je niet hoe Ann Demeulemeester eruitziet? Die staat altijd overal in, heel klein tenger vrouwtje.

 

Raf: Met hele grote ogen.

 

Gert: Maar de meeste Belgische ontwerpers hebben niet die media geilheid, de imago behoefte die een Karl Lagerfeld of Tom Ford of Galliano heeft.

 

Raf: Dat is een andere discussie he, voor mij bijvoorbeeld is het niet belangrijk. Het product waar ik mee kom heeft niks te maken met mij.

 

Gert: Ik denk dat Tom Barman dat ook vindt.

 

Raf: Ja maar die staat wel met zn bek op het podium elke dag, ik niet. Dat is een noodzakelijk kwaad als je in een band speelt. Misschien dat ik daarom wel nooit in een band heb gespeeld. Voor mij is het horror om mij te exposen.

 

Gert: Ik hield ook niet van op het podium staan. (Gert had ooit een korte popcarrière als countryzanger…)

 

Mo: Maar daarnaast kun je nog wel een imago hebben, of je nu een mode ontwerper bent en je moet ieder seizoen een collectie presenteren, je hebt je huisstijl, de hele manier waarop je je naar buiten toe presenteert, dat gaat niet om jou maar om z’n product in z’n totaal ervaring, ook naar de media.

 

Gert: Maar ik heb wel het idee dat Belgen daar meer gereserveerd in zijn dan Italianen bijvoorbeeld.

 

Raf: Dat zou kunnen. Maar bij een band bijvoorbeeld vind ik ook niet dat dat persé een persoon van de band moet zijn he? Hoeveel video clips zijn er niet gemaakt die super straf zijn qua imago waar je niet de band zelf ziet? Vaak tekenfilms maar dat is ook een straffe presence. En iedereen kent ze dan op die manier. Zo doe ik het zelf ook een beetje. Je hebt ook bands die zichzelf nooit exposen, Daft Punk bijvoorbeeld.

 

Jessica: Toch grappig, ik heb bij jou altijd het idee dat je vanuit een soort fan zijn met die collectie gekomen bent, maar uiteindelijk heb je vaak met mensen die ergens heel erg fan van zijn dat ze zelf heel erg op de voorgrond gaan treden. Jij bent nooit in die rol van popster vervallen.

 

Raf: Nee, maar dat interesseert mij persoonlijk ook niet. En om nog even terug te komen op Tom Barman, die wil zichzelf wel heel graag exposen, dat is echt een exposer. Iemand die zich heel graag toont. Zonder kritiek he, want ik vind dat wel mooi. Hij zou daar alleen wel verder in kunnen gaan.

 

Mo: Wat voor een boeken zou je willen maken dan?

 

Raf: Veel, ik bedoel, goh! Wat er nu allemaal in m’n hoofd zit na die samenwerking met David Sims. Ik vind boeken een heel mooi gegeven omdat het zo tijdloos is, het is echt de bedoeling dat dat de geschiedenis ingaat. Dat vind ik zo moeilijk aan mode, dat het zo vluchtig is, een seizoen lang is alles erop gericht en dan daarna komt er misschien ooit eens een overzicht tentoonstelling ofzo, dat is op zich wel interessant, maar iets in de vorm van een boek dat blijft altijd bestaan dat is altijd in je aanwezigheid. Ik denk soms echt wel dat als ik straks 60 ben, of 70 jaar ben als ik dat haal hoe mooi dat kan zijn als je je eigen boeken hebt, plus ook de boeken die ik gewoon koop, die ik interessant vindt. Om altijd zo terug geconfronteerd te worden met die herinneringen, terwijl je dan niet zo snel je kleding archief induikt. Ik vindt ook alle facetten die bij die collecties komen kijken heel belangrijk, de video ook bijvoorbeeld. Ik kan niet gewoon een video maken van de show, gewoon een camera plaatsen en dat de modellen dan zo aan komen lopen en weer weg gaan, dat interesseert me niet. Het concept van de video is al tijdens de opbouw van de collectie, misschien ook omdat het me meer gaat om het verhaal of de attitude te tonen, meer dan de kleren aan een rekje.

 

Mo: Het is de concentratie op wat je graag wil wat de wereld ziet en in een boek is dat heel extreem. Dat is het dan gewoon, helemaal af.

 

Gert: Hoe ga je zelf met boeken om, hoe koop je boeken, leg je ze op de koffie tafel, zet je ze in de kast?

 

Raf: In de eerste plaats laat de financiele situatie mij nu toe, sinds een paar jaar koop ik elk boek dat ik goed vind, ik twijfel nooit meer aan een boek. Dat heb ik een keer gedaan en daar heb ik zo’n spijt van gehad. Nu nog. Ik vind een boek echt iets heel waardevols. Ik vind boeken ook heel goedkoop. Iedereen zegt altijd boeken zijn zo duur maar voor 2000 frank heb je een prachtig boek en je hebt het voor de rest van je leven.

 

Gert: Maar nu hebt je het voornamelijk over visuele boeken, niet textuele, of koop je ook de nieuwe Hugo Claus.

 

Raf: Ik koop meestal kunstboeken omdat dat de wereld is waar ik me in verdiepen wil. Ik lees ook veel over de kunstenaar, wat zijn filosofie is, wat z’n drijfveer is om te doen wat ie doet. Dus ik koop boeken in eerste instantie omdat ze me visueel aantrekken maar ook om meer te weten te komen van de essentie van het werk en de geschiedenis van de persoon. In die mate vind ik het ook interessant om zelf boeken te gaan maken in de toekomst, die wel gaan over mij, dat is een ander facet, ik vind het wel belangrijk dat mensen weten wat ik te vertellen heb, hoe ik denk, maar ik vind het niet belangrijk dat mensen weten hoe ik eruit zie.

 

Mo: Dat is dan in principe hetzelfde als kleding maken, vanuit dat beginsel kun je ook boeken maken, omdat jij graag de wereld iets wil laten zien: dit vind ik mooi.

 

Raf: Mijn absolute droom is eigenlijk om bezig te kunnen zijn met al die facetten die me zo enorm inspireren, zonder dat daar een productieproces aan vast hoeft te zitten. Wat zich bij mode heel extreem manifesteert. Dus mocht ik op een bepaald moment de luxe hebben dat ik kan zeggen, ok, ik maak een volgende collectie wanneer ik daar zin in heb en ik wil daarmee naar Parijs, dan doe ik dat, maar als ik het jaar daarna aan een film meewerk en de hele kostumering doe dan zou ik mij graag die luxe kunnen permitteren om dat te doen. Of een video clip, of een boek, of gewoon een samenwerking met iemand. Dat het niet zo strak afgebakend is dat je een modeontwerper bent. Ik kan dat ook niet zo voelen. Dat is het probleem, mensen zien je altijd als één ding, en ik zie mezelf zo niet en ik voel me er ook niet zo goed bij als ik geclassificeerd wordt als mode ontwerper. Maar het wordt de laatste jaren wel minder, mensen benaderen mij nu ook vanuit andere velden. Dat is ook mijn bedoeling. Misschien is het ook allemaal te groots geworden volgens de verwachtingen. Ik heb er ook niet voor gestudeerd he, ik was niet zo iemand die toen ik 16 of 18 jaar was, die alleen maar met kleding bezig was. Die verhalen die ik altijd hoor, zo van: ik zat altijd op de zolder van mijn moeder, met de kleren van mijn moeder te spelen... Ik was echt niet bezig met dat soort dingen.

 

Mo: Je bent geen Yamamoto die in het naai-atelier is opgegroeid?

 

Gert: Voor jou geen Barbie popjes aankleden?

 

Raf: Nee, ik was daar totaal nhiet mee bezig maar op een bepaald moment heb ik daarna gegrepen omdat kleding me fascineerde en omdat ik er een weg inzag.

 

Mo: Het was eigenlijk een communicatietool, één van je vele.

 

Raf: Ja, ik ben ook een tijd met meubels bezig geweest. Maar daar zag ik de weg niet in omdat dat in België heel moeilijk is...

 

Mo: Ja, en talk about productietoestanden, bij meubels is dat heel heftig.

 

Gert: Wat ik ook zag bij je laatste show in Parijs (winter 2001/-02-defile), of uhm, buiten Parijs moet ik eigenlijk zeggen...

 

Raf: Ja, sorry voor dat nog, ik heb er al van de halve wereld voor op m’n kop gekregen, iedereen heeft het zo koud gehad...

 

Gert: Maar ik interpreteerde dat ook meer dat je jezelf als visionair liet zien, je liet wel kleren zien maar, maar het ging veel meer over een idee.Het waren niet in eerste instantie kleertjes voor in de winkel, ik vind het grappig om te horen dat ze er toch allemaal in zijn gekomen...maar als je gezegd had, nee nee nee er wordt maar 10% uiteindelijk geproduceerd en verkocht dan had ik je ook geloofd. Die show gaf mij meer het idee dat je wil laten zien dat je over trends nadenkt.

 

Raf: Nee dat verhaal dat het in de winkel moet komen vind ik gewoon belangrijk omdat ik het juist heel eerlijk wil spelen naar de eindgebruiker die uiteindelijk volop met die beelden geconfronteerd wordt ook al kunnen ze niet bij de show zijn. Ik heb dat vroeger zo vaak meegemaakt, dan wilde ik iets hebben wat ik in een show had gezien, iets extreems, en dan kon dat niet. Maar die show was wel zo omdat ik veel nagedacht heb over mode de laatste 2 jaar, terwijl ik heel veel twijfels had of ik er wel in verder wilde gaan. Wat er allemaal gebeurt in mode op dit moment en in welke mate zich dat allemaal in een straat kan begeven, ja, je komt met iets, ik heb ze ook echt ingepakt, ik wil ze niet meer zo exposen, ik wil ze beschermen, ik wil ook aanvallen wat er gebeurt en er vrij hard daar tegenin gaan, of ze er nu klaar voor zijn of niet. Ik was er ook totaal op voorbereid dat men het vreselijk zou vinden. Dan had ik het daar misschien niet gemakkelijk mee gehad maar ik had het wel geaccepteerd. Ik weet wat mensen van mij verwachten nu en ik wil dat niet puur gebruiken om business uit te bouwen, ik wil mezelf wel uit blijven dagen.

 

Gert: Het werkte voor mij heel sterk dat ik het haast als stylingtip zag.

 

Raf: Het was ook de eerste keer dat ik stylede, ik heb dat nooit eerder gedaan.

 

Gert: Ik heb vervolgens 2 weken lang met een sweater als sjaal rond gelopen dus dat werkte heel goed.

 

Mo: Je bent ook zo’n grote fan.

 

Gert: Ja!

 

Raf: Er zijn natuurlijk altijd inspiratiepunten maar wat me op dit moment interesseert is... wat er nu veel gebeurt in mannen mode is echt body overexposure, het is zo extreem, al die blote lijven. Het was 6 jaar geleden voor mij al een reactie op die breedgeschouderde Amerikaanse gebruinde modellen die op het podium als vleeswaren worden voorgeschoteld met kostummekes die uiteindelijk niet eens in de winkel liggen, echt een soort hyper idealistisch beeld, daar heb ik iets binnen gebracht wat toen heel klein was en nu is het dan helemaal verschoven, het is alweer bijna gewoon geworden (tienerjongens-achtige modellen). Dat over exposeren van de body zie je nu trouwens weer terug komen maar dan met een ander type jongen. Dat heeft me heel erg gestoord, vandaar ook dat ik een anti-statement maak. Een beetje riot ook, mensen die de straat op gaan om te revolteren, maar toch ook een beetje incognito, omdat ze er ook wel bang voor zijn om ergens tegenin te vechten. Dat is ook hoe ik mij voelde met die show. Ik was niet op mijn gemak om zo’n soort beeld neer te zetten, terwijl het wel 100% was wat ik wilde neerzetten.

 

Mo: De computerhacker look...

 

Raf: Het grootste ding van die show was dat ik het boek ‘Everything’ gelezen heb, over de Manic Street Preachers, het grootste gedeelte gaat over de verdwijning van Richie (Edwards, gitarist van de band), dat was een grote inspiratie.

 

Gert: Stond er nog iets in wat je nog niet wist? Is het een aanrader?

 

Raf: Ja, ik vind het wel een heel goed boek. Misschien omdat ik zo’n fan ben.

 

Gert: Waar denk je dat ie is?

 

Raf: Ik denk wel dat ie nog leeft maar niemand wet waar hij is. Maar hij leeft, dat moet gewoon, ik kan er helemaal niet tegen, de gedachte!

 

Mo: Oh ja, het Elvis effect.

 

Gert: Om het over fans te hebben, van wie ben je zodanig fan dat je hem of haar heel graag zou ontmoeten, Richie misschien?

 

Raf: Ik heb dat niet zo fel dat ik iemand moet ontmoeten omdat ik er fan van ben maar ik zie dat meer vertaald als iemand die misschien interessant is... ik probeer gewoon een cirkel te maken, ik weet dat als ik heel erg fan ben van iemand, als ik door iemand geinspireerd ben, dat ik ergens wel op dezelfde manier denk of met dezelfde dingen bezig ben, en dan wordt het mooi natuurlijk wanneer die werelden samenkomen zodat je eventueel samen eens iets kunt doen. Dat is met David Sims al heel vaak gebeurt, daar was ik al 10 jaar van onder de indruk, en vroeg of laat komt dat samen, en dan blijkt dat hij ook onder de indruk is van mijn werk en dan ga je samewerken terwijl je gewoon vrienden wordt. Maar blind fan, zo van, ah mag ik een handtekening, dat interesseert me niet.

 

Gert: Maar je kan ook een soort stille hoop hebben om eens iemand te ontmoeten… je hebt er inderdaad weinig aan om Madonna tegen te komen om haar aan te kunnen raken.

 

Raf: Ik persoonlijk niet nee, maar ik zou heel graag de Manic Street Preachers ontmoeten, zeker weten. Is ook een heel mooi verhaal hoe zij helemaal opgeklommen zijn uit het niks, zelf geïnspireerd door de Sex Pistols en Public Enemy, maar dan ook zo totaal andere dingen. Visueel was de show heel erg geinspireerd op hun manier van exposen, zo van, ik vindt Marilyn Monroe goed, dan knip ik een foto van haar uit en die plak ik op m’n hemd en daar ga ik mee op het podium staan. Dat is een heel eerlijke vorm van zeggen wat je vindt. Dat is ook de manier waarop ik altijd werk. Uiteindelijk zie je waar iedereen de mosterd haalt om het maar even zo te zeggen, ik wil dat helemaal niet verbergen, ik vind ze subliem, de Manic Street Preachers en ik wil dat ook verkondigen. Ik zie het ook als een ode aan iemand. In de tijd van de Kraftwerk-show was dat ook zo, ik wilde eigenlijk iets met Kraftwerk maken, het mooiste is toch als je iets samen kunt doen, dus ik heb ze geprobeerd te contacteren. Ik heb een half jaar gepoogd met ze te bellen, maar ze zijn heel ingecapseld in hun ding dus dat lukte niet. Maar soms lukt het wel. Met het i-D project is dat ook weer met een aantal mensen gelukt, met Beecroft enzo, dat is ook iemand die ik heel erg waardeer.

 

Gert: Stond nou die calender van haar in jouw i-D? Geweldig ja.

 

Jessica: Welke kunstenaars vind je verder nog inspirerend?

 

Raf: Jeff Wall, Charles Ray, en Robert Gober, een Amerikaanse kunstenaar, heel minimaal, hij werkt alleen maar met alles wat hij zelf gemaakt heeft, wat door zijn eigen handen is gegaan, zijn eigen lichaam, het bekendste van hem zijn die wastafels, heel vierkant van hout, en in plaats van water komen daar kinder benen ofzo uit. Het is niet grappig ofzo.

 

Mo: Doet me een beetje aan de Chapman brothers denken dit verhaal.

 

Raf: Nee, het is totaal het tegenovergestelde, heel sober. Met jeugd-herinneringen enzo, heel Christelijk ook zelfs. Ook heel bekend van hem is een muur waar een been uitkomt, meestal in wax met soms zo’n kaars die eruit komt.

 

Gert: Heb je thuis ook zo’n been uit de muur?

 

Raf: Nee ik zou het wel willen maar dat zal wel nooit mogelijk zijn, dat is echt een van de grootste Amerikaanse kunstenaars nu.

 

Gert: Heb je wel kunst thuis?

 

Raf: Ik heb pas een werk gekocht van een nieuwe Belg, David Claerbout, waar ik heel sterk in geloof, die maakt video’s en lichtbakken. Maar die lichtbakken zijn zwart dus als je die in daglicht zou zien is het volledig zwart, zwart plexiglas en zwart metaal, en pas als de nacht begint te vallen komt dat beeld door, ze zijn ook bij nacht gemaakt. Hij zit bij galerie Micheline Schwaijzer in Antwerpen. Hij is er heel goed aan toe nu voor het moment, hij is nog maar een paar jaar bezig en hij is opgepikt door dezelfde galerie als Jeff Wall, en hij is ook geselecteerd voor de Bienale in Berlijn. Van de jonge garde, ik vind nog wel meer goed maar kopen of niet is toch een groot verschil, je moet ook het geld hebben. Nu kom ik wel in de fase dat ik graag werk zou kopen van mensen die ik heel goed vind. Maar de kunstmarkt is nu echt op z’n top.

 

Gert: Is geld de enige reden?

 

Raf: Ja, als ik geld zou hebben zou ik veel kunst kopen. Serrano vind ik bijvoorbeeld ook heel goed. Echt geniaal. Er komt binnen kort een foto bij mij thuis te hangen, niet in mijn bezit maar in bruikleen, want twee galeristen van wie die is hebben een klein kindje wat net begint te kruipen en die is er bang van. Een foto van de Ku Klux Klan. Ik vind alles van Serrano heel goed, alles!

 

Mo: Hij is vaak in Amsterdam, hij is echt een fan van Amsterdam, ik zie hem wel eens om z’n opoe fiets voorbij komen.

 

Raf: Die sex serie heeft ie in Nederland geschoten he?

 

Gert: Die mensen die met die vuisten in elkaar zitten, ja ja...

 

Jessica: Hij zegt toch ook altijd dat Amsterdam heel sex en trashy is?

 

Raf: Ja, het is echt een hele controversiele kunstenaar maar ... technisch is ie ook onwaarschijnlijk subliem.

 

Gert: Ja vind je? Ik was op de Paris Photo en ik vond het technisch helemaal niet zo mooi, net op de plek waar ik dacht dat het scherp moest zijn was het onscherp enzo... geeft niet heel erg. Eén van die sex foto’s, die vrouw die in de mond van een man plast.

 

Raf: Ik vind al z’n werk heel sterk maar ik zou niet al z’n werk kopen al zou ik het geld hebben. Maar ik zou het liefst die pis en bloed series hebben, heel abstract met stromen bloed en al die Jezus beelden die in de urine staan, zodat het heel esthetisch wordt terwijl het eigenlijk heel erg shocking is. Er was pas een mooie tentoonstelling in London, heel verbaasd dat London zoiets toelaat, ze hadden het Victory and Albert museum, een klassiek museum met allemaal klassieke Romeinse sculpturen enzo, daar hadden ze 5 of 6 hedendaagse kunstenaars uitgenodigd die in confrontatie met de ruimte en met de klassieke werken uit 1600, 1700, 1800 en 1900. Onder andere Serrano’s extreme foto’s hingen tussen al die Jezus beelden enzo.

 

Mo: Daar is wel heel veel ophef over geweest trouwens, Christelijke actiegroepen enzo.

 

Raf: Dat kan ik me heel goed voorstellen. De reden waarom ik de Klan reeks ook zo mooi vind is omdat hij zelf zwart is, Serrano, dat vind ik wel een heel heftig gegeven.

 

Mo: Ja, hij is Latino hé?

 

Gert: Als Jeff Koons het gemaakt had...

 

Raf: Dan was het anders geweest. Ik vindt Jeff Koons trouwens ook wel een interessante kunstenaar. Nu niet meer zo maar... en Mark Quinn vindt ik ook heel goed, die Engelsman... wat heel bekend van hem is is zijn eigen hoofd afgegoten in bloed bijvoorbeeld. En meestal werkt hij met een diepvriezer, bloemen die in de glycerine zitten.

 

Gert: Het is niet echt happy kunst waar je van houdt he?

 

Raf: Nee, en dan vergeet ik nog mijn absolute number one, dat is Larry Clark.

 

Mo: De ranzigheid van het leven...

 

Gert: Larry Clark vindt ik wel heel erg opwindend.

 

Jessica: Ik zag laatst die Tulsa bij Colette, is opnieuw uitgebracht, maar dat vond ik toch minder mooi, niet dat ik iets heel esthetisch verwachtte, maar ik vond het bijna teleurstellend. Het is ook zo’n media verhaal, dat je iets heel heftigs verwacht, ik vond het eigelijk heel gewoon.

 

Raf: Ja dat is wel waar, het is heel eerlijk he? Hij is niet iemand die dingen gaat opzoeken he. Ik heb best moeite met contemporary photography nu, al die beelden van meisjes met open benen, dat wordt zo gefaked als de best, is gewoon in de studio opgenomen, maar wat hij fotografeerde was gewoon zijn leven.

 

Mo: Ja, ik vind het echt heel intiem, vooral dat boek wat vooraf ging aan Kids. Destijds was het in Amerika heel shocking maar ik vond het eigenlijk een heel lief boek.

 

Raf: Plus dat veel beelden die je te zien krijgt in die boeken wel zo’n 10 of 15 jaar oud zijn. Tulsa is van 1963, toch wel vrij straf in de tijdsgeest van toen, dat was toen gewoon heel revolutionair.

 

Gert: Hij heeft net als jij een soort heimwee naar 16 jaar zijn.

 

Raf: Jazeker. Hij ging ook telkens terug. Voor de Perfect Childhood bijvoorbeeld is hij teruggegaan om te kijken is die scene er nog, zijn die problemen er nog, wat gebeurt er in m’n geboortedorp nu ik zelf weg ben van dat alles.

Wat ik ook een goeie kunstenaar vind van de nieuwe garde is Steven Gontarski, een beeldhouwer. Die maakt bijna Henry Moore-beelden maar dan heel actueel. Wel passend in het huidige tijdsbeeld. Maar heel typisch in z’n laatste werk is dat ‘ie het laat graffitiën door iemand zonder dat hij zich daar zelf mee bemoeit wat erop moet komen, dat beeld is dan helemaal af en clean. Hij is bij The White Cube in London, hij is nog maar heel jong, twee, drie jaar aan het opkomen en zijn werk is heel duur. Hij nodigt dan iemand uit van de straatscene om graffiti te doen en laat het op bepaalde plaatsen helemaal onderspuiten. Wat toch een heel andere trip is dan die andere dingen en ik vind het heel heel goed ook.

 

Gert: Was jij nou opgeleid als architect?

 

Raf: Industriele vormgever.

 

Mo: Heb je iets met architectuur?

 

Raf: Ja, ook wel. Ik ben heel zot van die Eames huizen allemaal, dat vind ik heel schoon, als het iets heel clinisch heeft maar toch ook iets heel warms. Hout en natuurlijke materialen. De proporties van die huizen zijn niet zo lofterig meestal.

 

Gert: Hebben ze veel gebouwd? Ik ken hun eigen huis....

 

Raf: In Palm Springs hebben die heel veel huizen neergezet. Frank Lloyd Wright vind ik ook heel mooi.

 

Mo: In de jaren 50 en 60 is zoveel prachtige architectuur neergezet.

 

Jessica: Toch vraag ik me af, want dat is toch de kritiek die ik wel vaak hoor op jou, dat het een soort nostalgie is, verlangen naar jong zijn, dus dan wordt het ook direct retro. Maar eigenlijk heb ik dat gevoel helemaal niet nu dat ik jou zo hoor. Het is toch wat mensen heel vaak zeggen: welke 80’s stijl gaat Raf nu weer uit de kast trekken?

 

Raf: Ik denk dat we dat nu niet meer kunnen doen want die periode is al afgesloten, ik probeer dat ook te zien als een totaal verhaal, ik kan zelf ook niet een ontwerper classificeren na 3 of 4 collecties. Als hij een paar collecties werkt in die richting dan kan dat een deel zijn van wat ie wil vertellen. In mijn laatste show was niets 80’s inspired eigenlijk.

 

Gert: Nou, ik vond van wel, de Amsterdamse krakersscene zat er wel een beetje in.

 

Raf: Dat zat erin maar, ja misschien, maar dan moet je eigenlijk de volgende alweer zien. Ik ben nu heel etnisch geïnspireerd. Dat trekt me enorm aan nu, levens culturen totaal weg van de westerse wereld. Maar ja, ik kan alleen maar doen wat ik voel. Ik denk dat het ook wel een beetje een fenomeen is van alle mensen die zich manifesteren vanaf eind jaren negentig omdat ze gewoon opgegroeid zijn in die periode, als je bijvoorbeeld Balenciaga ziet of Veronique (Branquinho), dat wordt toch ook wel enorm geappreciëerd. Dat wil zeggen dat er een soort vereenzelviging met het publiek is daar. Balenciaga is echt puur 80’s, van a tot z 80’s, en het is heel sterk. Het is maar hoe je het transformeert.

 

Mo: Het is mooier dan de real thing, dan de echte 80’s. Het is een her-evaluatie ervan.

 

Raf: Voila. Mensen zien ook soms dat als eerste ding. Ik heb ook shows gedaan die heel space beïnvloed waren en dat zien ze dan niet.

 

Mo: Het wordt natuurlijk ook nog eens versterkt doordat je bepaalde muziek kiest bij je show, David Bowie enzo. Dat zet het dan heel sterk in die context.

 

Raf: Ja, en ik heb bijvoorbeeld een show gedaan die was heel Gabber-geïnspireerd, dat had niks met de 80’s te maken. Echt met Gabber muziek en alles, iedereen was helemaal de kluts kwijt. Een Franse krant schreef dat ik nu extreem-rechts was. Snap je?

 

Mo: Het is ook heel erg de media zelf die heel erg behoefte heeft om dingen neer te pinnen.

 

Raf: Het is precies dat, maar ik vind dat ook niet on-interessant, dat er een beetje meningsverschillen zijn en er een discussie ontstaat. De absolute horror voor mij zou zijn als ze dat links zouden laten liggen, dan heb ik het liever met pro’s en contra’s, dat er discussie kan ontstaan. Er zijn ook zoveel mensen bezig. Ik wil ook wel vraagtekens bij dingen stellen zoals toen met die gabber collectie en nu die bomber wat in de i-D heel sterk ter sprake is gekomen. Dat zijn ook echt dingen waar ik over nadenk , die zijn misschien wel ergens politiek maar ik vind dat die politieke betekenis wel eens volledig zou mogen omgedraaid worden omdat het niet correct is hoe mensen daar tegenover staan. Ik vind dat je nooit iemand mag beoordelen op z’n groepscodes. Dat is wat veel mensen doen, ik zelf ook wel misschien, maar je mag het niet doen, het is totaal incorrect.

 

Gert: Maar ja, dat vind ik wel een hele moeilijke questie. Ik woon tegenover een paar neo-nazi’s en dat zijn ook van die enge speknekken maar ze hebben wel de goeie spijkerbroeken en de goeie polo’s en jassen aan. Ik vind het heel naar om te zien, terwijl, ik hou wel heel erg van skinhead mode, en mod enzo.

 

Raf: Maar je kan het ook aandoen en het niet zijn en je kan het wel zijn en een klassiek maatpak aanhebben.

 

Gert: Ik betrap mezelf erop dat ik het naar vind als er op het journaal een verslag is van neo-nazi demonstratie in Duitsland en het eerste wat ik denk is oh, die zien er leuk uit! Terwijl je weet, het zijn puur puur puur nare mensen. Dat mag je misschien ook niet zeggen, misschien zijn ze wel heel lief voor hun kinderen of voor hun vriendin...

 

Raf: Wat ik wil aantonen is dat ik als ontwerper het recht heb om elk ding wat ik wil gebruiken mag gebruiken om mijn boodschap te manifesteren, wat niet wil zeggen dat bijvoorbeeld neo-nazisme mijn boodschap is. Dat is nou juist het werk van een ontwerper. Net als die 80’s bijvoorbeeld, dat is misschien een heel belangrijk ding omdat je daarin opgegroeid bent. Dolce en Gabbana is dikwijls 70’s, ja die gasten zijn toen opgegroeid, dat zal belangrijk zijn voor hun.

 

Jessica: Waar denk je dat mode naartoe gaat?

 

Raf: Ik denk dat het nu nog wel efkes verder gaat met heel dat Prada, Gucci en Helmut Lang ding, die grote concerns die zich als maar sterker gaan manifesteren maar dan denk ik dat dat gaat invallen, dat mensen echt hun individualiteit terug nodig hebben. Ik voel dat al in de winkels, er zijn er al die stoppen met Gucci en Prada terwijl ze eigenlijk wel weten dat ze daar het meeste geld mee kunnen verdienen, maar dat het toch niet gaat blijven duren. Ze worden ook echt gedwongen om tegen hun natuur te werken want ze moeten zoveel aankopen of ze verliezen het, dat ze het eigenlijk toch stilletjes willen afbouwen omdat ze toch weten dat het uiteindelijk het doel van die grote concerns is om eigen winkels te hebben. Terwijl een ontwerper heel blij is met zo’n winkel, na dertig jaar samen werken ofzo, maar die grote merken denken niet zo. Ze halen er net zolang geld uit tot ze hun eigen winkels kunnen plaatsen.

 

Gert: Heb jij nooit een eigen winkel gewild?

 

Raf: Nee, ik moet er niet aan denken!

 

Mo: Ook niet als iemand anders het zou runnen? Zodat je je werk helemaal kunt presenteren in de juiste context, met de juiste foto- en kunstboeken…

 

Gert: Muziek…

 

Raf: Ja dat is wel een interessant gegeven maar ik heb wel de ervaring dat, zelfs als iemand anders die dingen runt, dat je er nog altijd heel veel tijd en energie in moet steken. Het gegeven ‘winkel hebben’ op zich is niet iets wat mij aantrekt. En dat iemand anders erin staat vind ik ook niet tof want ik ben zelf graag intens bezig met de dingen die ik doe, dus dan zou ik er ook zelf mee bezig willen zijn.

 

Mo: Ben je control freak?

 

Raf: Ja, extreem, schijnt. Ik probeer dat wel een beetje los te laten, omdat ik nu ook wel voel dat je daar zo ver in kunt gaan dat je er zelf totaal niet meer comfortabel mee bent. Nu ik dit allemaal veranderd heb, nu is het veel rustiger, met twee assistenten, we kennen elkaar door en door, dat geeft me veel meer vrijheid om te bewegen, om rond te gaan.

 

Mo: Dat vind ik wel knap aan Comme des Garçons of Martin Margiela dat dat overal ter wereld heel erg goed overeind blijft, ondanks dat daar heel veel mensen bij komen kijken. Ieder klein detailtje, en dat wordt echt niet iedere dag gecheckt door Rei of Martin.

 

Raf: Ja absoluut, ik zeg ook niet dat het niet perfect mogelijk is, ik heb al genoeg wegen gezien, dingen aangeboden gekregen om die richting in te gaan maar het is gewoon niet mijn droom. Je kunt dat doen als je je daarop concentreert, en dat is het hem nou juist, ik wil echt niet alleen met mode bezig zijn. Het is niet het enige wat me interesseert en ik ga er zeker niet in eindigen. Ik vind dat circuit te hectisch, en ergens ook te oppervlakkig. Het is heel interessant om nu eens met jullie diep in te gaan op de dingen. Er zijn heel weinig mensen die dat doen uiteindelijk. Je kunt niet vatten hoe dikwijls je van die stomme vragen voorgeschoteld krijgt. Zo van: waarom zoveel zwart in uw collecties? Dat soort dingen, over end of the century, millennium, en je zit maar een beetje ja te knikken in de hoop dat het snel over is. Het klinkt vast cliché, maar dat is het ook. Ik doe het ook niet meer zo vaak, interviews, van die uitnodigingen om naar New York te gaan, of Tokyo om daar alle pers te zien. Het interesseert me niet meer want na een bepaalde tijd weet je wie interessant is en mocht er dan een vriendschappelijke band zijn, met bepaalde fotografen of stylisten. Het is niet meer mijn droom om in elk boekske te staan. Het moet iets zijn waar ik me goed bij voel, mensen die ik apprecieer, en die weten waar ze mee bezig zijn.

 

Mo: Maar ik denk wel dat de boodschap nu duidelijk is: jij bent je op hele andere dingen aan het focussen. En iedereen respecteert het wel valt me op, het blijkt dus wel degelijk te kunnen. Niet dat je neergesabeld wordt omdat je laat blijken dat je mode niet meer interessant vindt.

 

Raf: Oh nee in tegendeel. En ik moet ook toegeven, ik heb er nu sinds een jaar ook weer een heel fris, goed gevoel daarbij. Want dat was echt de laatste twee jaar daarvoor echt aan het weggaan.

 

Jessica: Maar dat is misschien ook een teken van wat je vertelde dat er wel weer een soort openheid komt, dat mensen in ieder geval, misschien wel indirect, opgelucht zijn dat iemand die stap durft te zetten. Ik hoorde ook van Chalayan dat hij overgenomen kon worden door Gucci en dat hij dat geweigerd heeft, omdat ie niet wilde dat er nog een merk bij dat grote bastion kwam. Dat wordt wel gewaardeerd door mensen.

 

Mo: Ik ben benieuwd wat hij dan wel gaat doen.

 

Raf: Ik zou zeggen, Hussein jongen, ga in de kunstwereld, zijn performance is heel sterk, hij heeft iets sterks in zijn handen. Maar misschien is dat niet zijn droom.

 

Gert: Hoe is jouw contact met je fans?

 

Raf: Ja, eh dat is het rare, ik voel dat zelf niet zo aan dat er fans zijn. Ik waardeer hun automatisch want het is het mooiste wat er is, het geeft me een heel goed gevoel.

 

Gert: Is het je ooit overkomen dat er in de trein iemand tegenover je zat met Raf kleren aan?

 

Raf: Ja dat gebeurt soms, soms zie je wel mensen erin lopen, maar dat manifesteerd zich veel sterker in Japan.

 

Mo: Ja, en die volgen zo’n beeld ook blindelings op.

 

Raf: Ja, de eerste keer dat ik daar naartoe ging, dat is ondertussen alweer jaren geleden, was ik enorm verbaasd van dat fenomeen.

 

Gert: Leuk of niet?

 

Raf: Ja ik vind dat wel fantastisch. Ik vind dat ook heel fantastisch dat het daar zo incognito is. Ergens heb ik dan het gevoel van, moet ik nu iets gaan zeggen? Maar ik zal dat nooit doen. Ik zou een knal rooie kop krijgen en hij waarschijnlijk ook. Ik heb wel in winkels in Japan ervaren dat mensen echt handtekeningen komen vragen op een t-shirt, op het midden van een print.

 

Mo: Japanners zijn echt super fans.

 

Raf: Ja, heel extreem. In Europa heb je ook wel hele tegengestelde reacties soms, ze weten dan dat je ontwerper bent. Bij mij is dat nog niet eens zo fel omdat m’n kop nooit in de pers komt, ik kan me nog wel incognito overal begeven, in New York enzo, in de art scene en de fashion scene en daar voel ik me wel goed bij. Maar als het dan toch gebeurt bijvoorbeeld in Parijs, waar iedereen jou kent en jij kent iedereen, dan is dat vaak het tegenovergestelde, je weet dat mensen dan wel heel zot van je zijn maar dat ze dan zich cool willen opstellen en het zeker niet willen laten merken.

 

Gert: Het verschil tussen Japan en Europa is precies dat, wij hebben allemaal het een en ander van je in de kast liggen maar we hebben het vandaag niet aan. Japanners zouden het andersom doen.

 

Mo: Zij zijn daar heel onbevangen in, ik vind dat wel schattig. Ze zijn echt fan en ze genieten er echt van.

 

Raf: Ik moet dat ook voor mijzelf toegeven dat als er iemand is die ik enorm waardeer of waar ik enorm fan van ben en die zou in een ruimte zitten, ik zou er niet naar toe kunnen gaan voor een handtekening maar ik zou zeker constant gapen. Als David Bowie daar zou zitten dan denk ik toch echt dat ik er wel anders bij zou zitten op dit moment.

 

Mo: Ik heb het wel een paar keer meegemaakt maar ik kan dan juist te spontaan uit de hoek komen. Zo van ‘he hoi!’ en dat ik me dan pas realiseer dat die persoon mij helemaal niet kent. Bijvoorbeeld met Chloë (Sevigny) op de dansvloer op een feestje in New York, mijn eerste ingeving was alsof ze een vriendin was. Je loopt daar rond en je kent niemand en ineens zie je iemand die je kent. Ze zei ook gewoon hoi terug en we hebben de hele avond staan dansen, was heel gezellig, maar ik schaamde me kapot.

 

Gert: Ja, een oud collega van ons had dat eens met Mick Jagger, hij dacht, ik ken dat gezicht van vroeger, en hij sprak hem ook gewoon in het Nederlands aan: zaten wij niet op dezelfde middelbare school? Het is eigenlijk een heel begrijpelijk mechanisme.

 

Jessica: Wat ga je doen in New York?

 

Raf: (...sorry, mag niet genotuleerd worden...)

 

Jessica: Van welk jaar ben jij eigenlijk?

 

Raf: 1968

 

Jessica: En sterrenbeeld?

 

Raf: Steenbok.

 

Gert: En je ascendant?

 

Raf: Weet ik niet, zou ook wel eens Steenbok kunnen zijn, iedereen zegt altijd dat ik typisch een Steenbok ben. Hoewel ik daar zelf niet zoveel mee bezig ben.

 

Gert: Blijf je in Antwerpen wonen?

 

Raf: Nee, ik denk het niet.

 

Mo: New York.

 

Raf: Er zijn nu zoveel verschuivingen, er is zoveel open dat ik nu wel stilletjes aan begin te denken om iets te doen. Maar het moet nog even zo doorgaan, de universiteit, de shop, ik ben ook iemand die heel safe speelt, ik kan niet maar zo hop naar New York vertrekken. Ik moet wel mijn zekerheden hebben.

 

Mo: Dat past ook bij Steenbokken.

 

Raf: Ja het schijnt. Ik wil ook niet vanuit New York werken aan mode, ik denk dat ik dan iets zou huren daar zodat ik daar af en toe heen kan gaan.

 

Mo: Ja want eigenlijk, vind ik, is Europa toch een heel prettige basis van waaruit je natuurlijk over de hele wereld kan vliegen en je ding kan doen.

 

Raf: Ja zeker, ik heb echt geen probleem met Europa op zich, als New York in Europa zou liggen zou ik er zeker al zitten. Het is gewoon de stad op zich, de energie. London trekt me ook wel aan ergens. Maar ik begin steeds meer en meer behoefte te krijgen aan een ander klimaat, het is hier altijd zo grauw en grijs.

 

Mo: Berlijn?

 

Raf: Is ook altijd grauw en grijs, ik heb echt zon nodig. Dat klinkt heel cliché, vroeger was ik daar nooit zo mee bezig. New York vind ik zo mooi.

 

Mo: New York is soms ook koud hoor!

 

Gert: LA?

 

Raf: Dat trek ik voor andere redenen niet echt, die body culture enzo.

 

Jessica: Maar in New York heb je wel veel zon, het weer kan daar echt zo omslaan.

 

Raf: Ja, van ijskoud naar heel warm, het is wel open meestal.

 

Gert: En dan zit je in Antwerpen nog iets zuidelijker dan hier, ik heb altijd het idee dat het daar warmer is.

 

Jessica: Ja maar je hebt daar net als in Amsterdam zo’n koude zeelucht. In Parijs heb je dat bijvoorbeeld helemaal niet.

 

Raf: In Parijs bijvoorbeeld daar ben ik echt niet graag, dat vind ik echt een horror stad. Ik heb niet graag de Parijse mentaliteit. Niks kan daar vriendelijk, het is zo moeilijk om iets gedaan te krijgen. En in New York, al is het niet echt, ik heb ook niet de behoefte om beste vrienden te zijn met mijn bakker, maar ze zijn tenminste heel vriendelijk altijd. Het is ook een stad waar je kunt kiezen he, je kunt incognito gaan, je kunt ergens heengaan als je mensen wilt zien. Dat kan in Antwerpen bijvoorbeeld niet, dat is echt een dorp. Je komt constant iedereen tegen. Dat heeft z’n aangename momenten maar soms is dat echt te veel. Soms heb ik het nodig om me een beetje terug te trekken uit al die drukte en al dat fashion gedoe.

 

En zo keuvelen we nog even door over de sociale wetenschappen van het stadsleven.... het was erg gezellig Raf!